Elke zondag een persoonlijk weekoverzicht, elke dinsdag wat goed nieuws met een paar katten, elke woensdag een overweging en elke vrijdag een verhaaltje.

Mijn verhalenbundels zijn te koop via Bol.com én via Lulu.com!

Als u mijn stukjes de moeite waard vindt, kunt u een blogdonatie
verrichten. Elke bijdrage is welkom!

vrijdag, juni 05, 2015

Uitleggen (Een verhaaltje in de serie; 'Opa vertelt')

'Weet je nog dat ik je vertelde over uitgestorven beroepen?'
-'Ja, opa. Machtig interessant om te horen over de mosselman, de parlevinker en de typiste en zo! Heeft u er nog meer?'
'Jazeker, lieverd. Een beroep dat ook uitstierf en waar toen natuurlijk heel veel mensen over klaagden was het beroep van winkelier.'
-'Winkelier? Wat een gek woord, opa! Wat was dat?'
'Dat was iemand die spullen verkocht in een winkel, zeg maar een soort woonhuis waar je naar binnen liep wanneer je iets nodig had of dacht nodig te hebben.'
-'Leg eens uit, opa want ik snap het niet: iedereen heeft toch alles wat-ie nodig heeft? En als het op is of stuk dan wordt het vervangen. En waarom zou je meer willen hebben dan je nodig hebt? Dus waarom zo moeilijk doen?'
'Goed punt, lieverd. Zo gaat het nu maar in opa's tijd ging dat anders....Nou, stel je voor: je verdient geld met werken en dat geld ruil je in zo'n 'winkel' bijvoorbeeld om voor eten of kleding. De persoon die met jou de ruil in orde maakte noemden wij een 'winkelier'.
-'Wat interessant weer, opa! Nu heb ik toch nog een paar vraagjes.'
'Stel ze maar gerust aan opa, lieverd. Daar ben ik voor.'

-'Die termen...'geld' en 'werken'...wilt u die volgende keer alstublieft uitleggen?' 

=======================
Meer lezen? Mijn auteurspagina.

donderdag, juni 04, 2015

Een gastlog

'De jeugd van tegenwoordig heeft geen respect meer voor ouderen' ~ Socrates, 5e eeuw v. Chr.


Wat hebben ambulancemedewerkers, politieagente, conducteurs en leerkrachten met elkaar gemeen..?

Ongetwijfeld een heleboel: ze hebben het werk gekozen dat ze gevoelsmatig het meest aansprak, verdienen waarschijnlijk veel te weinig in combinatie met hun verantwoordelijkheden, en staan midden in de maatschappij – de maatschappij waar ze het de laatste jaren behoorlijk van te verduren hebben gehad.

Nee, ik doel natuurlijk niet op het overgrote deel van de samenleving dat het werk van deze beroepsgroepen onderkent en op waarde schat. Ik bedoel het deel van de maatschappij dat het de normaalste zaak van de wereld lijkt te vinden om dit –en eigenlijk álle- gezag niet te accepteren. Natuurlijk worden we allemaal steeds mondiger, u, ik en de rest, maar de grens van het fatsoen en het herkennen van de noodzaak tot ten minste enige vorm van gezag, die zaken worden steeds meer opgerekt.

Ten aanzien van leerkrachten zijn het bijvoorbeeld ouders die op een destructieve manier opkomen voor de (vermeende) rechten van hun kleine prinsje of prinsesje. In de aard is daar niets mis mee: immers iedere ouder komt op voor zijn of haar kind, zal het willen beschermen en waakt voor misstanden jegens het kroost. Het probleem zit hem in de wijze waaróp een deel van deze ouders het recht opeist. Schelden, dreigen en zelfs fysiek geweld: het is allang geen uitzondering meer.

In schooljaar 2013-2014 heeft een kwart van de leraren te kampen gehad met agressie van ouders (ATL, 2014). Dat ging dan voor het grootste deel om verbale agressie, bedreigingen en intimiderende opmerkingen, maar ook  in de vorm van fysiek geweld. De opmars van sociale media heeft hierbij ook een behoorlijk steentje bijgedragen. Al met al is de kans dat je hier als leerkracht mee te maken krijgt aanzienlijk.

Wat zouden hiervan oorzaken kunnen zijn? Vraag het de man in de straat en de algehele verloedering van de maatschappij zal veel worden genoemd. In een artikel uit 2011 (*klik*) staat een groot aantal mogelijke “oorzaken” vermeld: kinderen worden te vaak als prinsjes en prinsesjes behandeld, ouders en leerkrachten staan niet op één lijn, te ver doorgeschoten mondigheid, kinderen worden te laat en te weinig gecorrigeerd  en ga zo maar door. Natuurlijk is het van belang de oorzaken te onderzoeken, maar ten aanzien van de meeste hiervan kun je als individuele leerkracht niet veel uitrichten. Bovendien heb je er niet veel aan wanneer je oog in oog staat met een maniakale mama of een pisnijdige papa.

Maken we een onderscheid tussen reactieve (frustratie-)agressie en proactieve (instrumentele) agressie, dan geldt bij de eerste vorm dat er sprake is van een specifieke aanleiding en de onmacht om hier adequaat op te reageren (naar Van der Ploeg, 2014). In dat geval is het zaak om vooral rustig te blijven, gerust te stellen, te neutraliseren en vooral warm en sensitief te reageren waarbij begrip en empathie getoond wordt (Teitler, 2013 en Van Overveld, 2013). Veel zakelijker reageer je bij proactieve agressie: je probeert het waarderen en vertrouwen terug te winnen zodat de ouder je minder als autoriteitsfiguur gaat zien (Teitler, 2013) (met dank aan A. de Jong).

In beide gevallen werk je dus voornamelijk aan de relatie binnen het gesprek (of wat er voor “gesprek” door moet gaan). Je kunt je zelfs afvragen of voor jou het uiteindelijke onderhandelingsresultaat op dat moment van groot belang is. Een neef van mij is politieagent. Hij heeft mij uitgelegd waarom zijn collega’s in filmpjes bij programma’s als Wegmisbruikers vaak zo bijna overdreven begripvol en vriendelijk reageren, en niet meteen gaan steigeren bij de eerste de beste aanzet tot een verwensing. Het voorkomen van escalatie van de situatie staat op één; de bon valt later wel door de brievenbus.

Voor wat de specifieke situatie betreft kan ik het nog wel met hem eens zijn: als leerkracht moet je natuurlijk zien te voorkomen dat een ouder-leerkrachtsituatie volledig uit de hand loopt. Maar als ik het grote geheel bekijk, ben ik bang voor een neerwaarts spiraal-effect van alsmaar minder gezag, minder respect en minder waardering. En pleit ik voor een correcte back-up van schoolbesturen bij escalaties en maatschappijbrede maatregelen tegen verdergaande afbrokkeling van de positie van de leerkracht.

Marcel Louis


Deel dit bericht